
VERKIEZINGSMANIFEST 2010 - 2014.
Sociaal Democraten Gemeente Losser
Inleiding.
De SDGL benadert mens en maatschappij op een positieve manier. Wij vertrouwen erop dat mensen veel van de problemen die ze tegenkomen zelf kunnen oplossen. Maar reiken de helpende hand als dat eens niet lukt. Wij hebben en tonen respect voor onze medemens en uit zorg voor komende generaties staan wij voor duurzaamheid. Wij zijn niet bang om verder te kijken dan onze eigen gemeente. Ook zijn wij bereid om lastige keuzes te maken. En dat is hard nodig.
Het zijn in vele opzichten zware tijden. Dan is voor velen de verleiding groot om heil te zoeken in oude patronen van schijnveiligheden en in schijnoplossingen.
In dit verkiezingsmanifest tonen we onze standpunten en welke problemen en oplossingen wij in uw directe omgeving zien.
De wereld staat echter de komende vier jaar niet stil. Ook na de verkiezingen zullen er ongetwijfeld onderwerpen op de raadsagenda komen die we nu nog niet kunnen voorzien. Om u te laten beoordelen hoe de SDGL fractie hierop zal reageren, willen we kort uitleggen hoe wij naar mens en maatschappij kijken. Wij hanteren hiervoor een aantal richtingwijzers waarin de SDGL zich herkent en waarmee de wijze waarop we in het leven en in de politiek staan beknopt is samengevat.
Elk van deze richtingwijzers is zeker niet uniek, maar het is de combinatie van juist deze vier denkrichtingen die de mens- en maatschappijvisie van de SDGL definiëren en maken dat ons politiek handelen voor u als inwoner voorspelbaar is.
Richtingwijzer 1. BURGER EN BESTUUR. “van Duellisme naar Dualisme”.
De in Losser ontstane problemen hebben vooral te maken met bewegingen binnen het Duale Stelsel van enerzijds het politieke kartrekken en anderzijds het besturen. Veelal komen wethouders voort uit de kandidatenlijst van een politieke partij waar zij vaak een sterke politieke kartrekkersfunctie hadden, hetzij als fractievoorzitter en of lijsttrekker.In die twee rollen vertegenwoordigden en verdedigden zij politieke standpunten van een partij. Eenmaal benoemd als wethouder blijft weinig tot niets over van deze bevlogenheid, omdat bij het besturen van een gemeente een wethouder zich niet meer bezighoudt met politieke zaken maar met de uitvoering van beleid zoals dit door de gemeenteraad politiek is besloten. Met andere woorden een politiek leider zou geen wethouder moeten worden, maar zijn fractie moeten leiden en de politieke visie actief uit moeten dragen.
De SDGL is tot deze zienswijze gekomen, en zij gaat deze koers ook nadrukkelijk varen. Zij kiest anders dan andere jaren, maar noodzakelijk om het dualisme tot zijn recht te laten komen, voor politiek leiderschap. Dat betekent dat de kandidaten op de kieslijst ,die straks eventueel de fractie gaan vormen en hun plaats innemen in raad en commissies, geen wethouder worden.
Dat bij eventuele collegebesprekingen - en dat is natuurlijk altijd afhankelijk van de uitslag van de verkiezingen - de SDGL een wethouderskandidaat zal voordragen die niet politiek met handen en voeten gebonden zit aan een partij (uiteraard zal deze het SDGL–programma wel moeten kunnen onderschrijven).
Een wethouder zonder direct bindende patijpolitieke opdrachten en die ons inziens daardoor binnen een college meer armslag en bewegingsvrijheid krijgt om tot goede besluitvorming te komen, zonder daarbij constant de hete adem van zijn partij in de nek te voelen. Dit geeft volgens de SDGL meer rust binnen zowel een politieke partij als binnen een college, de partij behoudt haar politiek leider voor de periode van vier jaar en de bestuurder kan zich vrij bewegen in het bestuurdersklimaat.
Prioriteiten:.
* Alleen full-time wethouders. Niet de macht van getal moet leidend zijn maar de werkbaarheid ,zowel binnen bestuur als binnen de bedrijfsprocessen.
* Afslanking tengevolge van de crisis niet alleen afwentelen op burger en apparaat, maar ook het bestuur moet inleveren, d.w.z. minder wethouders.
* Om verwarring en onduidelijkheden naar groeperingen, dorpsraden en individuele burgers te voorkomen worden er geen kernwethouders benoemd.
* Het is urgent een fundamenteel debat te voeren over waar we naartoe willen wanneer het gaat over bestuurskracht, responsiviteit en eigenheid van het lokale bestuur.
* Bestuur en apparaat dient tijd en rust te worden gegund om nieuwe – al dan niet opgelegde – structuren te verankeren. Het permanent aandragen van politieke stokpaardjes tot wijziging van de structuur past daar niet bij.
* Democratisch gekozen dorpsraden – als afspiegelende vertegenwoordiging van de kernen – dienen bij belangrijke ontwikkelingen hun kern betreffende adviserend te worden gehoord.
* De communicatie met burgers, bedrijfsleven, organisaties en doelgroepen dient pro-actief, helder en klantgericht te zijn. Naast een klantvriendelijke infobalie is een optimale benutting van electronische gegevensuitwisseling een vereiste.
Richtingwijzer 2. FINANCIEEL BELEID. -
Het zal niemand zijn ontgaan dat de gemeente Losser financieel moeilijke tijden doormaakt. Te hoog opgebouwde structurele lasten in vergelijking met inkomstenbronnen noopte de raad in mei 2009 op last van de provinciale toezichthouder tot drastische bezuinigingen. Een even pijnlijke als noodzakelijke maatregel, wilde Losser baas in eigen huis blijven. Tengevolge van de economische crisis hebben ook hogere overheden het mes gezet in de uitgaven, dit vaak ten laste van gemeenten.
De financiële toekomst van onze gemeente is dan ook ongewis. Vanaf 2009 mag op zijn minst vier jaar hoogstens op de nullijn worden gerekend voor wat betreft de uitkering van het Gemeentefonds door het Rijk.
Daarnaast worden er allerlei (voorheen rijks-) taken naar gemeenten toegeschoven, zonder dat daar een volledig dekkende vergoeding tegenover wordt gezet. De gemeente moet dus meer doen met minder geld.
Het op orde houden van het gemeentelijk huishoudboekje wordt er niet eenvoudiger op. De financiële ruimte maakt dat slechts een sober beleid uitgevoerd kan worden, maar er zijn nog wel mogelijkheden bepaalde accenten te zetten.
Wat is de opstelling van de SDGL ?
Voor een belangrijk deel wordt dit aangegeven in dit Manifest. Niet alles kan hierin worden benoemd, maar de kernrichtingen zijn duidelijk:
* het op orde brengen en houden van de sociale omgeving van de inwoners van de gemeente, incl. uitvoering WMO;
* het veilig maken en houden van wegen en buurten;
* het aanpakken/oplossen van jeugdproblematiek;
* het ontwikkelen van een duurzaamheidsbeleid, met oog voor milieu, leefomgeving en economie.
Prioriteiten
* De SDGL wenst de belastingdruk voor de inwoners zo sober mogelijk te houden. Daarom geen projecten van prestigieuze aard maar aandacht en middelen voor zaken die de leefbaarheid bevorderen. Het maatschappelijk effect van investeringen en maatregelen moet meetbaar zijn.
* Financiële gevolgen van taakverschuivingen rijk-provincie-regio-gemeente, bezuinigingen en demografische ontwikkelingen maken een (kern-)takendiscussie in de nabije toekomst onvermijdelijk.
* Waar geen financiële discussie meer over kan worden gevoerd is het realiseren van het complex MAN. Met een op weloverwogen wijze democratisch genomen raadsbesluit kan en mag niet worden omgegaan als ware het destijds een miskleun van de raad. Alleen een onoverkomelijke zienswijze of afwijzing door de Provincie kan tot een nieuwe discussie leiden.
* Het besef dat de bomen niet meer tot in de hemel groeien zal ook bij iedere burger, vereniging en organisatie moeten leiden tot heroverweging van eigen verantwoordelijkheden. Het noopt tot inventief handelen en waar mogelijk tot samenwerking op gebieden waar niet eerder aan is gedacht of toe is besloten.
Richtingwijzer 3. SOCIALE OMGEVING & CULTUUR
Sociaal beleid en WMO
De kern van de WMO is dat iedere burger mee kan doen. Uitgangspunt van deze wet is de eigen kracht en zelfredzaamheid van de burger. Burgers geven immers zelf invulling aan hun deelname aan de samenleving en maken dus eigen keuzes.
Maatschappelijke ondersteuning - dus zorg voor de ander - is noodzakelijk, om voor bepaalde groepen burgers participatie(deelname) mogelijk te maken. Om te kunnen vaststellen of, en zo ja, welke ondersteuning nodig is, moeten we weten wat de behoeften, mogelijkheden en problemen zijn van deze groepen Lossenaren.
Zij verschillen in de mate van mee willen doen aan de samenleving, daarin zelfredzaam te zijn en zich verbonden voelen met elkaar.
Burgers dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen situatie, maar hebben soms een steuntje in de rug nodig.
We onderscheiden grofweg de volgende groepen burgers, die in verschillende mate ondersteuning nodig hebben:
* Betrokken inwoners: iedereen die zich inzet voor een ander of voor de gemeente, zoals actieve buurt- en wijkbewoners, vrijwilligers en mantelzorgers.
* Lossenaren met een beperking: mensen met een lichamelijke, verstandelijke of andere beperking (incl. chronisch zieken, zorgvragende ouderen).
* Kwetsbare mensen: burgers met complexe, meervoudige problemen waaronder meestal psychosociale en psychiatrische, zoals daklozen, clienten van OGGZ, verslaafden en slachtoffers van huiselijk geweld.
Prioriteiten
* De huidige inspanningen op sociaal gebied mogen niet verslappen of worden wegbezuinigd.
* Het WMO-beleidskader dient uitgevoerd te worden.
* Niet door het rijk geoormerkte gelden voor specifieke, verplicht uit te voeren onderdelen binnen de WMO dienen door de raad alsnog d.m.v prioritering geoormerkt te worden. Hiermee borging van welzijnsvoorzieningen die de burger zo lang mogelijk uit het dure zorgcircuit houden.
* De gemeente moet zich (pro-)actief opstellen om problemen en vragen bij specifieke groepen mensen te leren kennen of op te sporen.
* Een toereikende en realiseerbare sociale infrastructuur met o.a. blijvende aandacht voor mantelzorg en vrijwilligerswerk.
* Actieve aandacht voor de kwetsbare burger, zowel betreffende inkomenspositie als begeleiding naar werk.
* Faciliteren in woonzorgcirkels of maatschappelijke steunsystemen.
Cultuurbeleid
Even als de eigen verantwoordelijkheid van burgers en hun samenleving zijn ook de organisaties die invulling geven aan het lokale culturele leven verantwoordelijk voor het uitvoeren en uitoefenen van activiteiten.
Financiële ondersteuning van de zijde van de gemeente kan slechts worden gegeven voor zover dit is opgenomen in de subsidieverordening. Voor wat betreft subsidiëring van de professionele instellingen wordt aan de hand van budgetfinanciering een relatie gelegd tussen te verstrekken bijdragen en door de gemeente beoogde doelen.
Dit wordt beoordeeld aan de hand van concrete activiteiten en meetbare prestaties. .
Daar waar door middel van samenwerkingsverbanden sprake is van vernieuwende activiteiten zal de gemeente een rol kunnen spelen door het verstrekken van stimuleringssubsidies.
Ter bevordering van de volksgezondheid en een goede lichamelijke ontwikkeling van de jeugd is het een gemeentelijke verantwoordelijkheid hiertoe noodzakelijke rand voorwaarden te scheppen.
Prioriteiten:
* Het actief stimuleren van vernieuwende activiteiten op cultureel gebied. Het door middel van cofinanciering aantrekken van regionale of provinciale vernieuwingsgelden.
* Het actief bevorderen van samenwerking tussen culturele organisaties en instellingen met het oog op te behalen exploitatievoordelen.
* Het opzetten van een digitale culturele agenda en het creëren van een draagvlak hiervoor, waarmee voorkomen wordt dat gelijktijdige evenementen een concurrerend gewicht leggen op culturele evenementen.
* Het gemeentelijk sportbeleid dient te worden vastgelegd in een actuele sportnota waarin op zijn minst zijn opgenomen: accommodaties (huur, beheer, onderhoud), subsidievoorwaarden en sportstimuleren maatregelen.
Richtingwijzer 4. DUURZAME ONTWIKKELING
Duurzame ontwikkeling sluit aan op de behoefte van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoefte te voorzien in gevaar te brengen. Er dient sprake te zijn van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen.
Een duurzame gemeente heeft niet alleen oog voor concrete resultaten, maar ook voor het proces en dan in het bijzonder voor participatie. Om lokaal beleid duurzaam te maken moet er geïnvesteerd worden in draagvlak en participatie.
De gemeentelijke overheid is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een eigen beleid voor lokale duurzaamheid. In dit kader moet worden gedacht aan vermindering van kosten op termijn, aan besparing van energie en grondstoffen en aan het treffen van maatregelen voor een veilige en gezonde toekomst.
Prioriteiten.
* Bij het inkopen van goederen, diensten en werken dient te worden voldaan aan het predikaat duurzaam. Hierbij kunnen de door SenterNovem ontwikkelde duur- zaamheidscriteria als richtlijn dienen.
* Vestiging van bedrijven: allereerst op bestaande, opgeknapte en/of heringerichte bedrijventerreinen. Verrommeling van landelijk gebied door solitaire industrievestiging dient te worden tegengegaan en waar nodig en mogelijk is vestiging op regionale bedrijventerreinen een optie.
* Het vestigen van mega-intensieve veehouderijen wordt tegengegaan, terwijl biologische land- en tuinbouw wordt gestimuleerd.
* Bij haar verantwoordelijkheid als deelnemer in een energiebedrijf en/of afvalverwerkingsbedrijf ondersteunt de gemeente ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Energiegebruik binnen het gemeentelijk bestel dient permanent kritisch te worden bezien.
* Met betrekking tot het woningbouwbeleid is het van belang te beschikken over een actuele woonvisie, waarbij er wordt uitgegaan van doelgroepurgentie en betaalbaarheid, alsmede van aanpasbare en levensloopbestendige bouw.
* Op economisch gebied is het streven naar een verdere groei van recreatie en toerisme goed inpasbaar in een duurzame gebiedsont wikkeling. Beperking van gemotoriseerd verkeer en uitbreiding van wandel- en fietspaden ter ontsluiting van daarvoor in aanmerking komende gebieden en terreinen is een extra impuls hierbij. Natuurgebieden met een kwetsbaar karakter verdienen extra bescherming.
* Duurzame veiligheid op alle wegen is van groot belang, waarbij bijzondere aandacht nodig is voor de zwakkere verkeersdeelnemers.
* Tot een belangrijk duurzaamheidsproduct moet ook de zelfstandigheid van de gemeente worden gerekend. Bestuurskracht en kwaliteit van dienstverlening zullen - ondanks dreigende negatieve gevolgen van financieel-economische ontwikkelingen - hiervoor garant moeten staan.
Wilt U een gedrukt exemplaar hiervan dan is een mailtje genoeg naar info@sdgl.nl, het zal U dan zo
snel mogelijk toegezonden worden.
