Media


Onderwijs & Zorg.

AH 2818
2010Z08749
Antwoord van minister Rouvoet (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede
namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 6 juli
2010)
1
Bent u bekend met het initiatief van de Twentse Zorgcentra en de Stichting Edukint in
Losser, waardoor sinds februari 2009 een school is gestart voor kinderen die binnen
het speciaal onderwijs niet mee kunnen komen vanwege hun lage IQ (35 of lager)? 1)
Ik heb kennis genomen van de brief die het lid Omtzigt (CDA) heeft ontvangen van
De Twentse Zorgcentra.
2
Deelt u de mening dat het van groot belang is dat ook deze kinderen, die vanwege
hun verstandelijke en sociale beperking niet mee kunnen komen op een reguliere
cluster 3 school, onderwijs wordt geboden?
Ik ben met u van mening dat ook kinderen met verstandelijke en sociale beperkingen
en een IQ lager dan 35 gestimuleerd moeten worden om zich maximaal te
ontwikkelen.
3
Kunt u aangeven wat de reden is dat de school geen onderwijserkenning heeft
ontvangen van de gemeente Losser? Is deze onderwijserkenning wel op korte termijn
te verwachten?
Op grond van artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, kan het bevoegd gezag
van een school voor speciaal onderwijs bij het regionaal expertisecentrum (rec)
waaronder de school valt, een verzoek indienen voor het inrichten van een
nevenvestiging. Het rec neemt het verzoek op in haar plan met betrekking tot
vestiging van nevenvestigingen dat ter goedkeuring wordt gestuurd aan de minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het verzoek wordt in bovenbedoeld plan
opgenomen als overeenstemming is bereikt met de gemeente waar de nevenvestiging
wordt ingericht en met de bevoegde gezagsorganen van de scholen binnen het
betreffende rec en in de omringende rec’s behorend tot hetzelfde cluster over het
inrichten van de nevenvestiging. Reden dat er overeenstemming met de gemeente
moet zijn, is dat de gemeente zorgplichtig wordt voor de huisvesting van de
nevenvestiging. Of de gevraagde overeenstemming met de gemeente op korte termijn
te verwachten is, is onderdeel van de besluitvorming van de betreffende gemeente.
4
Kunt u bevestigen dat, sinds de pakketmaatregelen van kracht zijn, er inderdaad geen
structurele financiering meer is voor de zorgactiviteiten op deze school, waardoor
deze cluster 3 kinderen tussen wal en schip vallen?
Nee. Het is niet bekend of er geen of minder structurele middelen zijn als
gevolg van de pakketmaatregel AWBZ 2009 voor de zorgactiviteiten op de
school. Extra zorgactiviteiten op school worden ingezet met behulp van (een
deel) van de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) van de leerlingen. Hoeveel
pgb per leerling wordt ingezet op school is een individuele, jaarlijkse afspraak
tussen ouders en een school. Landelijk zijn er geen afspraken over en wordt
er ook geen administratie van bijgehouden. Hierdoor is er weinig bekend over
hoeveel leerlingen, op welke scholen en op welke wijze een pgb of een deel
daarvan inzetten op school. De pakketmaatregel AWBZ 2009 heeft geleid tot
veranderingen van de indicatiecriteria. Dit betekent niet dat ouders niet meer
(een deel) van het pgb van hun kind kunnen laten inzetten op school voor
zorgactiviteiten die de mogelijkheden van de school zelf overstijgen. Zie
verder ook vraag 5.
5
Waarom is er niet voor gekozen een uitzondering te maken voor deze groep kinderen
waarvoor de combinatie van onderwijs en zorg noodzakelijk is en daarom zwaar
worden getroffen door de pakketmaatregelen?
De AWBZ is bedoeld voor onverzekerbare hulp aan mensen met ernstige
beperkingen. Dit is ook het uitgangspunt van de pakketmaatregel AWBZ
2009. Mensen met lichte beperkingen verliezen met de pakketmaatregel hun
aanspraak op AWBZ-Begeleiding. Toen bij de start van de pakketmaatregel
AWBZ 2009 bleek dat deze een ongewenst effect had voor kinderen met
ernstige beperkingen en hun mogelijkheid pgb in te zetten op school, is per 1
juli 2009 de maximering van de functie Begeleiding gericht op toezicht met
één klasse verhoogd van klasse 2 (3,9 uur/per week) naar klasse 3 (6,9 uur/per
week). (Beleidsregels van de Staatssecretaris van VWS d.d. 16 juni 2009,
houdende vervanging van de bijlagen 6 en 8 van de beleidsregels
indicatiestelling AWBZ).
Naast deze aanpassing voor kinderen met ernstige beperkingen, stelt het
ministerie van OCW jaarlijks €10 miljoen beschikbaar voor extra
ondersteuning van zorgleerlingen op school. Scholen kunnen hierop een
beroep doen voor zorgleerlingen die zonder extra ondersteuning niet aan het
onderwijs kunnen deelnemen, maar die als gevolg van de pakketmaatregel
AWBZ 2009 geen of onvoldoende AWBZ-Begeleiding krijgen om in de vorm
van een pgb nog (een deel) op school te kunnen inzetten. (Regeling subsidie
regionale expertisecentra in verband met de pakketmaatregelen AWBZ 2009,
Staatscourant 2010, 6640, d.d. 29 april 2010).
De getroffen maatregelen leiden er toe dat het maken van uitzonderingen niet
noodzakelijk is.
6
Is het waar dat het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) onvoldoende
aanknopingspunten heeft om de zorgactiviteiten te dekken?
Voor leerlingen met lichte beperkingen die een beroep doen op AWBZ-Begeleiding
kan het inderdaad zo zijn dat het CIZ onvoldoende aanknopingspunten heeft. De
pakketmaatregel AWBZ sluit immers mensen met lichte beperkingen uit van een
aanspraak op AWBZ-Begeleiding.
7
Kunt u aangeven wat de precieze gevolgen van de heroverweging binnen passend
onderwijs zijn voor deze specifieke groep kinderen met een IQ van 35 of lager?
Doel van passend onderwijs is dat aan elke leerling, ongeacht zijn of haar
beperkingen, een passend onderwijsaanbod wordt gedaan. Met de heroverweging
binnen passend onderwijs is dit doel niet veranderd.
8
Bent u bereid maatregelen te treffen om de problematiek rondom het combineren van
onderwijs en zorg voor deze kinderen op te lossen? Zo nee, waarom niet?
Het combineren van onderwijs en zorg blijkt in de praktijk lastig te zijn. Per leerling
kan de behoefte aan zorg en onderwijs verschillen, wat betekent dat scholen en
zorgaanbieders zoeken naar mogelijkheden om per leerling maatwerk te leveren. De
beide betrokken ministeries voeren regelmatig overleg om te bezien hoe de bestaande
mogelijkheden om zorg en onderwijs te combineren verder geoptimaliseerd kunnen
worden. Zoals in het antwoord op vraag 4 en 5 al is aangegeven, zijn in dit kader
inmiddels maatregelen getroffen.
1) Brief De Twentse Zorgcentra aan CDA-Kamerlid P.H. Omtzigt d.d. 27 april 2010,
onderhands aan bewindspersoon verstrekt